DE FILTERS VAN PERCEPTIE / WAARNEMING
- JAN SWERTS
- 4 feb
- 3 minuten om te lezen

Rumi zei ooit: “Wij zijn zowel de spiegel als het gezicht in de spiegel.”
Wanneer we de taal van het universum spreken — en daarmee bedoel ik gevoel, geloof en overtuigingen — worden datgene wat wij geloven de blauwdruk van alles wat we in het leven ervaren: het helen van ons lichaam, onze relaties (ook de romantische), en onze carrières. Die taal spreken we ononderbroken; ze stopt nooit. Zodra we bewust zijn, is creëren of manifesteren een voortdurende dynamiek.
Soms is die innerlijke dialoog subtiel, soms helemaal niet. In een reflecterend universum zijn zowel onze uitdagingen als onze vreugdes niets anders dan een weerspiegeling van onze diepste overtuigingen. De spiegels die we tegenkomen in andere mensen of situaties zijn vaak de moeilijkste om te aanvaarden. Juist daar loont het de moeite om bij stil te staan.
Via onze perceptuele filters proberen we betekenis te geven aan onze relaties met anderen — vriendschappen, werk, geldzaken en gezondheid — binnen het kader van wat eerdere ervaringen ons hebben geleerd. Zo sluipt voorspelbaarheid ons leven binnen. Het gebeurt ook dat we dingen zeggen of doen omdat we ze hebben overgenomen van anderen, eerder dan dat ze werkelijk van onszelf zijn. Dat geeft een gevoel van comfort en zekerheid.
Zolang we ons bevinden in de nabijheid van mensen, plaatsen of dingen die we kennen, voelen we ons doorgaans beter. Jouw woonkamer is van jou; daar voel je je thuis. In een hotelkamer, hoe mooi of luxueus ook, ervaar je dat gevoel meestal niet. Jouw energie is daar niet aanwezig. Een hotel draagt de energie van vele mensen die je zijn voorgegaan. Hoe fraai het interieur ook is, het “resoneert” niet.
We resoneren met onze auto, ons huis en zelfs met de apparaten die we dagelijks gebruiken. Ook wijzelf resoneren: we hebben een frequentie. Daardoor hebben we, simpelweg door aanwezig te zijn, invloed op andere mensen en op onze omgeving. Logischerwijs kan je stellen dat wanneer je iets in jezelf verandert, die verandering ook voelbaar wordt rondom jou — en door anderen wordt opgemerkt.
Dat zijn de spiegels waar Rumi naar verwees. Als het universum onze overtuigingen, emoties en innerlijke waarheden op allerlei manieren weerspiegelt, dan krijgen we dagelijks spiegels aangereikt in alles waarmee we in relatie staan — tot in ons diepste Zelf.
In onze persoonlijke spiegels liggen onze diepste overtuigingen bloot. En soms is het confronterend om daarmee oog in oog te staan. Het onderliggende patroon is vaak angst, een kracht met vele maskers binnen onze cultuur. Ze komt ons dagelijks tegemoet, soms zo subtiel dat we haar niet eens herkennen: in ons lichaam, in onze intieme relaties, in alles. Dat zijn onze dagelijkse triggers, en ze hebben een oorsprong.
Wanneer je mensen vraagt naar hun negatieve ervaringen, hoor je vaak verhalen over hun ouders: koud, jaloers, kritisch, streng, oneerlijk, controlerend, veroordelend, boos… Dat alles zit verankerd in het collectieve geheugen van het bewustzijn waarin we leven. Je zou het een universele angst kunnen noemen. Daarom zijn we zo bedreven geworden in het dragen van maskers — om het draaglijk en sociaal aanvaardbaar te maken. Zo vergeten we onze pijn, die al lang sluimerend aanwezig is, maar telkens opnieuw wordt geactiveerd door onze spiegels.
Deze angsten kennen we allemaal: de angst voor gescheidenheid, verlaten worden, lage eigenwaarde en wantrouwen. Dat zijn de kernangsten.
Ga terug in de tijd, naar je kindertijd, en ontdek hoe de generatie eruitzag waarvan jij het product bent.




Opmerkingen