DE MENSHEID, GODDELIJKE BEPERKINGGODDELIJKHEID, MENSELIJKE PERFECTIE
- JAN SWERTS
- 2 dagen geleden
- 3 minuten om te lezen

Om de woorden van de 19de-eeuwse filosoof Hazrat Inayat Khan te gebruiken: dit is iets om bij stil te staan. Hij spreekt over het herkennen van de realiteit van waargenomen menselijke beperkingen.
Hij verwoordt het bijna universele gevoel dat wij, als mens, beperkte expressies zijn van iets dat minder is dan de goddelijkheid die mogelijk is. Tegelijk herinnert hij ons eraan dat we, door de waarheid van onze essentie te leven, onszelf kunnen verheffen tot het rijk van goddelijke kwaliteiten—kwaliteiten die de volle rijkdom van het mens-zijn onthullen.
Dat roept vragen op.Wat is onze waarheid?Wie zijn we werkelijk?Wie ben ík?
In het Grote Bewustzijn waaruit we voortkomen, zijn we alleswetend en goddelijk—tot we neerdalen in het vehikel dat we het lichaam noemen. Ik ga hier niet dieper in op karma of verwante thema’s, maar wel op ons verhaal. Want ieder van ons draagt een persoonlijk verhaal met zich mee: een verhaal dat we soms delen, soms verbergen, en waarover we voortdurend nadenken.
Hoe we over onszelf denken vormt een essentieel deel van ons leven. Het beïnvloedt hoe we helen en heel worden, hoe we relaties aangaan, hoe we onze spirituele waarden toetsen, hoe we politiek bedrijven. Ons aangeleerde gevoel van zelfwaarde bepaalt onze keuzes. Zoals we over onszelf denken, zo handelen we—elk moment van de dag, vaak onbewust.
Dat uit zich in alles: wat we eten, hoe we denken over liefde en dood, over gezondheid, geld en verbondenheid. Ons individuele verhaal, dat we zo goed kennen, bepaalt hoe we omgaan met de uitdagingen van onze omgeving: familie, vrienden, collega’s en levenssituaties.
Van kleins af aan worden we automatisch gemodelleerd—vooral in de theta-hersenfrequentie tot ongeveer ons zevende of achtste levensjaar—door ouders, school en omgeving. We leren wat goed en slecht is, wie goed en slecht is, welke overtuigingen en religies “horen”. We groeien op in specifieke omstandigheden: rijk of arm, een bepaald klimaat, een bepaalde maatschappelijke standaard. Dit alles vormt ons verhaal.
Zo worden we langzaam een product van wat we denken dat we zijn, of van wat ons is aangeleerd dat juist is. Een kopie van onze voorouders. Door de jaren heen ervaren we talloze emoties en gebeurtenissen, die zich zowel bewust als onbewust opslaan in ons lichaam. Emoties creëren chemische reacties: neuropeptiden die ervaringen vertegenwoordigen zoals angst, vreugde, boosheid en liefde.
Ons persoonlijke verhaal begint zelfs al in de baarmoeder. De emoties die onze moeder ervaart, voelen wij als foetus mee. Haar neuropeptiden worden ook de onze. Leeft een moeder voortdurend in een fight-or-flight-modus, dan zal het kind dit patroon vaak voortzetten zodra het geboren wordt. Leeft zij in veiligheid en liefde, dan neemt het kind dat eveneens mee. Ons brein ontwikkelt zich in deze fase in een razend tempo en is extreem ontvankelijk.
Maar—niet getreurd. Dit betekent niet dat we vastzitten aan wat we “meegekregen hebben”. Wij bezitten het vermogen ons aan te passen en nieuwe keuzes te maken, los van een moeilijk verleden. Dat is een wezenlijk kenmerk van ons mens-zijn.
Het verwerken van trauma’s—gevoelens van verraad, verlating, vernedering—is mogelijk. Jij bent niet je ouders. Jij bent niet je opvoeding. Jij bent jij.
Wij leven in een universum als waarnemers én deelnemers aan onze creaties, vaak meer onbewust dan bewust. Alles bestaat in dit veld van mogelijkheden. Waar we onze aandacht op richten, krijgt vorm. Focus transformeert energie tot materie. Focus brengt mensen op ons pad. Focus verandert golfjes van energie in deeltjes. En wanneer focus wordt gecombineerd met gevoel, wordt dat wat we verlangen werkelijkheid—onze werkelijkheid.







Opmerkingen