AANWEZIGHEID / AANWEZIG ZIJN
- JAN SWERTS
- 2 dagen geleden
- 3 minuten om te lezen
Hoe kan aanwezigheid worden geïnterpreteerd en hoe ik aanwezigheid – of aanwezig zijn – begrijp en toepas.
Wanneer je een kamer binnenkomt, ben je daar aanwezig. Wanneer iemand je naam afroept, ben je aanwezig. Wanneer je op een pier zit en waarneemt wat er rondom je gebeurt, ben je aanwezig. Wanneer je mediteert, ben je aanwezig in jezelf. Dat zijn vormen van aanwezigheid die we herkennen en begrijpen binnen ons dagelijks bewustzijn.
De aanwezigheid waar ik hier over spreek, gaat een stap verder. Het is dat wat één is met alles wat bestaat.
Wij leven meestal vanuit een onbewust gevoel van gescheidenheid: jij bent zo, ik ben anders; zij denken anders dan wij; ik kan dit wel en jij niet; op die plek voel ik mij goed en op een andere plek voel ik mij slecht. Dit ervaren van scheiding komt voort uit dualistisch denken: hier en daar, nu en later, ik en de ander.
Aanwezigheid, in de diepere betekenis, is dat wat bestaat in het veld – of het web – van mogelijkheden binnen dit universum. De verschillende realiteiten, lagen van bewustzijn of zelfs mogelijke parallelle werkelijkheden zijn uitingen van een voortdurende energetische dynamiek. Alles is in beweging.
Die beweging wordt gestuurd door emoties, gevoelens en overtuigingen. Niet alleen door die van jou, maar ook door die van anderen die net als jij voelen, denken en geloven. Samen vormen we een interactief veld waarin alles elkaar beïnvloedt.
Wanneer je deze vorm van aanwezigheid begint te begrijpen, kan je er bewuster mee omgaan – voor jezelf en in relatie tot anderen. Deze aanwezigheid reageert niet zozeer op wat je doet of denkt, maar op de emotionele lading en het innerlijk “zijn” daaronder. Ze reageert op wie je bent, of beter gezegd: wie je gelooft dat je bent.
Voel jij je minderwaardig of niet goed genoeg, dan zal dit veld situaties weerspiegelen die dat gevoel bevestigen. Voel jij veel angst, dan zal het web van ervaringen en mogelijkheden je omstandigheden aanbieden die angst voeden. Leef je vanuit boosheid, dan zal je realiteit geneigd zijn die boosheid te versterken. Het veld fungeert als een spiegel.
Aanwezigheid is met alles verbonden: jij, ik, wij, de buitenwereld en het wereldbeeld dat daaruit ontstaat.
Maar… het kan anders.
Wanneer je begrijpt hoe dit werkt, ontstaat de mogelijkheid om bewust te veranderen wie je bent, door de “taal” van dit veld te leren gebruiken. Niet door te forceren of te moeten, maar door je innerlijke staat te verschuiven. Wanneer je zijn verandert, verandert je realiteit mee.
Ziekte is hier een krachtig voorbeeld van. Niemand wil ziek zijn. Vaak willen we zo snel mogelijk “iets doen” om beter te worden. Maar ‘doen’ en ‘moeten’ zijn opnieuw uitingen van dualiteit: ik ben ziek en ik moet gezond worden. Dat innerlijke conflict creëert spanning, en die spanning is iets wat het veld wel degelijk oppikt.
Een andere benadering is leven vanuit het moment van: ik ben gezond, zelfs wanneer het lichaam nog symptomen vertoont. Daarmee breng je een toekomstbeeld naar het huidige moment. De hersenen maken nauwelijks onderscheid tussen nu en later; ze reageren op de ervaring die als werkelijk wordt beleefd (zoals in verbeelding). Vanuit die beleving kan het lichaam processen activeren die bijdragen aan ontgiften, herstel en genezing.
Dit betekent niet dat medische begeleiding overbodig is, maar wel dat bewustzijn, emotie en innerlijke beleving een essentiële rol spelen in langdurige ziekteprocessen, waaronder ook ernstige aandoeningen.
Aanwezigheid vraagt geen strijd, geen forceren, geen moeten. Ze nodigt uit tot afstemming, eerlijk voelen en het belichamen van datgene wat je wilt ervaren. In die afstemming ontstaat verandering – van binnenuit.








Opmerkingen